Hair

Eindelijk rust aan het haarfront.
Dacht ik.
En dat notabene in Molières-sur-Cèze, het gehucht der gehuchten.
Een kapper met airco.
In deze stikhete zomer bijna een wonder.
Ik had het voor elkaar.
Tot september.
De telefoon werd niet meer opgenomen.
De luiken bleven dicht.
Er hing nog wel een nummer.
De kapster bleek voor zichzelf te zijn begonnen.
Coiffeur à domicile.
Niet voor mij.
Als ik naar de kapper ga, wil ik in een salon zitten.
Niet thuis met een verfkwast op mijn hoofd.
Alles wat grijs is moet weg.
Klinkt simpel.
Is het niet.
Het eerste jaar deed ik het zelf.
Als het in het Nederlands al lastig is uit te leggen dat je niet kort, pittig én grijs wilt, leek Frans me helemaal een brug te ver.
In het tweede jaar waagde ik het toch.
De kleur was goed.
Het geföhnde resultaat minder.
Uiteindelijk kwam ik bij Isabelle in Molières terecht.
De kleur klopte.
De massagestoel ook.
Maar een vaste kapper bleek hier geen vanzelfsprekendheid.
Opnieuw op zoek.
In Saint-Ambroix zitten negen kappers.
Geen van allen spreekt Engels.
Mijn Frans is inmiddels wel uitgebreid.
Highlights heten balayage.
Toner heet une patine.
Voor een vloeiende overgang zonder gebleekte wortels vraag je om un balayage fondu qui ne monte pas jusqu’aux racines.
Je moet het maar weten als je alleen van je grijze uitgroei af wilt.
Bij de Franse kapper zit iedereen door elkaar.
Mannen en vrouwen.
Niemand lijkt haast te hebben.
Gezelligheid kent geen tijd.
Ook de namen van de salons zijn bijzonder.
Menig salon de coiffure heeft hair in de naam.
De Fransen spreken de h niet uit.
Dat biedt mogelijkheden.
Mijn nieuwste aanwinst heet Kpilhair.
Zeg dat maar eens hardop.
De eigenaar werkte in Parijs.
Anderhalf jaar geleden verruilde hij de hoofdstad voor Saint-Ambroix.
Ik vraag hem of Parijs nog altijd de stad is van de liefde, de diversiteit en de bevrijding.
Hij schudt zijn hoofd.
Nee.
Niet meer.
Ik kwam voor kleuren, knippen en föhnen.
Kreeg er een somber stemmende analyse van de Franse samenleving bij.
En dat voor slechts € 69.