Vijf jaar geleden merkte ik het al.
Het zijn vooral de mannen.
Vroeg in de ochtend.
Met een baguette onder hun arm.
Niet één of twee.
Nee, een gestage stroom.
Ze groeten elkaar.
Ze maken een praatje.
Alsof het toeval is.
Terwijl iedereen weet hoe laat de bakker opengaat.
Vrouwen zie ik weinig.
Die komen later.
Als de werkdag al begonnen is.
Wat overblijft zijn de mannen.
Mannen met tijd.
Sinds een aantal maanden brandt de oven weer in Molières-sur-Cèze.
Le Pain de Léo.
Dat lijkt een kort berichtje.
Maar daarvoor was de bakkerij ruim anderhalf jaar dicht.
Een gat in het ochtendritueel.
Want in een gehucht als dit is een bakker immers geen gewone winkel.
Waarom begin je juist hier een bakkerij?
Ruim duizend inwoners.
Veel gepensioneerden.
In een streek waar mijnen al decennia zwijgen.
Waar industrie verdween, maar mensen bleven.
En een baguette kost tussen de € 1,10 en € 1,30.
Daar houd je geen grote winst aan over.
Een dorpsbakker leeft niet van één brood.
En ook niet van tien.
Hij leeft van gewoonte.
Van mensen die iedere ochtend terugkomen.
Morgen weer.
En overmorgen ook.
Steeds rond dezelfde tijd.
Een paar honderd broden moeten iedere ochtend de deur uit.
Terwijl mensen nog slapen, is de bakker wakker.
Het deeg rijst.
De oven heet.
Vers moet het brood in de schappen liggen.
Want de eerste uren van de ochtend bepalen de hele dag.
Een brood dat vanmiddag nog in de mand ligt, wordt morgen geen vers brood meer.
Brood laat zich niet uitstellen.
Brood hoort bij een ritme.
Net als de mannen die ik iedere ochtend zie.
Ze halen een baguette.
Maar ook een praatje.
Een reden om de deur uit te gaan.
En in Molières-sur-Cèze is dat misschien wel net zo belangrijk als het brood zelf.
NB.
De komende weken verschijnt er even geen blog.
Dochter komt met kleinzoon.
Toeval bestaat.
Hij heet Leo.









