Het is in de koffiekamer van Croix, als ik zeg dat ik er vanaf 13 maart even niet ben.
“Vacances. Les Pays-Bas.”
De werkelijkheid is dat ik rugdekking geef aan Moeder& Zoon.
Oudste begint weer met werken.
Ik plan de trein vanaf Nîmes.
Deze keer ruisen de rails onder me.
Collega’s kijken verbaasd.
“Mais Clara, ça, ce n’est pas des vacances.”
“Ça, c’est congé.”
Ter plekke leer ik Frans.
Tuurlijk is dit geen vakantie.
Des vacances is hangmat, boek, de wereld laten bestaan zonder jou.
Congé is anders.
Congé is officieel verlof.
Tijd die je opneemt omdat iemand je nodig heeft.
Omdat er een leven moet worden opgevangen.
Mijn collega’s weten wel hoe dat werkt.
Want in Frankrijk groeit bijna een kwart van de kinderen op bij één ouder.
In Nederland zestien procent.
Het verschil zie je niet alleen in statistieken.
Je ziet het in wie er paraat staan.
In Nederland vaak grootouders.
Structureel.
Omdat opvang duur is.
En omdat er wachtlijsten zijn.
In Frankrijk ook.
Maar vooral af en toe.
Tweedehands opvang.
Niet de basis.
De basis is in Frankrijk de crèche.
De école maternelle.
De staat.
Deze week viel bij alle 29-jarigen een brief van de overheid op de mat.
“Denk aan kinderen. Voor het te laat is.”
Alsof een land zijn toekomst via de brievenbus kan regelen.
De Franse staat regelt.
De Nederlandse familie idem.
En ergens daartussen loopt die moeder.
Met haar volle agenda.
Met haar verantwoordelijkheden.
Met haar stille rekensommen.
Of het nu in Frankrijk op school is of in Nederland.
Het blijft jongleren.
Met volle handen.
NB: komende maand verschijnt er geen blog. Begin april ben ik weer terug van congé.









