Ineens was het weer warm.
Het tropenrooster meldde zich vanzelf.
De dagen beginnen voor zeven uur.
Eerst de prooien van de nacht opruimen.
Een muis.
Een slangetje.
Pas daarna krijgen Karel en Coco ontbijt.
Alles heeft hier zijn volgorde.
Ik trek mijn baantjes.
Katten langs de rand.
Na een tijdje verdwijnen ze.
Onder een struik.
Op een stoel.
Op plekken waar de schaduw blijft hangen.
Dieren volgen de zomer zonder vragen.
De mens doet dat minder vanzelf.
Juni 2025 was ook warm.
Maar niet zo vroeg.
Niet zo lang.
Wie nog in de tuin werkt, doet dat voordat het licht te scherp wordt.
Je hoort een hark.
Een snoeischaar.
De buurman zegt: “Il commence à faire chaud.”
Potten met bloemen zijn verhuisd naar schaduwrijke plekken.
Mijn yogalessen zijn gestopt voor dit seizoen.
De wandelgroep heeft elkaar bon été gewenst.
Tot september.
De dagen worden langer.
Er gebeurt minder.
Over twee weken komt de stroom vakantiegangers op gang.
Langzaam komen ze de Franse dorpen binnen.
Ze lijken geen last te hebben van de hitte.
Wandelend op momenten waarop hier niemand meer loopt.
Fietsend wanneer de lucht zwaar is.
Liggend bij het zwembad wanneer de zon het felst is.
Rond twee uur verschijnen ze op de terrassen.
Op zoek naar een lunch die allang voorbij is.
Ze blijven even staan.
Zeggen dat het hier rustig is.
Wat klopt.
Want de Fransen hebben dan allang gegeten.
Na de lunch valt het stil.
Alsof het dorp zichzelf heeft uitgezet.
Zelf houd ik me schuil.
Met een boek.
In een kamer met airco.
Juni.
