Vive le drapeau.

Tijdens de jaarvergadering van Croix Rouge luisterde ik met mate.
Cijfers werden besproken.
Commissies benoemd.
Besluiten genomen.
Kortom, er werd vergaderd zoals Fransen kunnen vergaderen.
Ik dommelde een beetje.
Tot die dia verscheen.
Over twee heren die waren benoemd tot porte-drapeau.
Pardon, dacht ik.
Vaandeldragers.
Dat is dus Frankrijk.
Ineens zag ik die vlaggen overal.
Nu het voetbal weer bezig is, helemaal.
In Nederland kleurt alles oranje.
Maar in Frankrijk gaat dat anders.
Hier verschijnen vlaggen.
Aan gevels.
Aan balkons.
In voortuinen.
Zodra het elftal speelt, duikt overal de tricolore op.
Maar die vlag is meer dan een voetbalattribuut.
Bij Croix Rouge hebben ze er twee mannen voor.
Porte-drapeau.
Mijn buurman vindt trouwens dat ik niet hoef te kiezen tussen oranje of tricolore.
Nederland doet alleen mee omdat er anders niet genoeg deelnemers waren.
Dat beweert hij ieder toernooi weer.
En ieder toernooi klinkt hij even tevreden.
Vanmiddag heeft mijn buurvrouw de vlag opgehangen.
Als Frankrijk wint, blijft hij hangen.
Vive la France.