Het jaar is voorbij.
Tijd voor een frisse start.
Nederland duikt de vrieskou in.
En ik lees kranten vol waarschuwingen voor gladheid en vorst.
In de Cévennen voelt min vijf als een doorsnee winternacht.
Maar ja, overdag schijnt de zon.
De lucht is strakblauw, bijna brutaal helder.
Januari voelt hier niet echt als een maand.
Maar meer als een startschot.
Want van 7 januari tot 3 februari is het winteruitverkoop in Frankrijk.
Soldes d’hiver.
De overheid bepaalt de data.
Niet eerder.
Niet later.
Officieel wordt dat trouwens bescherming genoemd.
Maar het voelt als een dictaat.
Fransen wachten echter gewoon af.
Geduldig.
Bijna plechtig.
Tot het sein op groen gaat.
Dan barst het los.
Niet chaotisch.
Meer een ballet van mandjes, jassen en handen.
Parijs verandert in een groot koopjesparadijs.
Kortingen lopen op naarmate de weken verstrijken.
Zelfs Croix-Rouge doet mee.
Een jas voor slechts drie euro.
Leer voor vijf.
Soms twee voor de prijs van één.
Armoede met korting.
Belachelijk.
En onweerstaanbaar.
Want iedereen lijkt iets te pakken dat hij eigenlijk niet nodig heeft.
Het mooie hier is wel: geen oude rommel uit het magazijn.
Alles hing kort daarvoor nog in de winkel.
Nee, soldes is serieus.
In Nederland kan daarentegen korting altijd.
HEMA plakt gewoon stickers wanneer het uitkomt.
Altijd een percentage.
Altijd ergens een aanbieding.
Het verschil is duidelijk.
Hier twee keer per jaar chaos en discipline tegelijk.
Daar altijd een beetje rommel en goedkoop gedoe.
Iedereen kan kopen.
Altijd.
Maar hier is het ritueel.
En he, ik ben natuurlijk zelf ook niet roomser dan de paus.
Eind januari ga ik wel weer naar Parijs.
Met de trein vanaf Nîmes.
En Jongste komt dan weer vanuit Amsterdam.
Om te kijken wie zich niet beheerst.
Om te zien of ik de discipline nog kan volgen.
En uiteraard om mezelf te betrappen op iets dat ik totaal niet nodig heb, maar toch meeneem.
Armoede met korting
