Designbank

Je koopt een huis,
en krijgt er een leven bij.
Toen Man en ik onlangs ons tweede huis in Frankrijk kochten, wisten we precies wat we kregen.
Een huis.
Met inhoud.
Veel inhoud, zo bleek.
Niet alleen tuinstoelen.
Maar ook televisies.
Stoelen.
ontzettend veel stoelen en
lampen.
Decoratieve canvassen met Franse mediterrane tafereeltjes, of Van Goghs, of nou ja, replica’s. Nachtkastjes. Bedden. Heel veel bedden.
In Nederland is verhuizen meestal een vrij overzichtelijke aangelegenheid.
De een eruit.
De ander erin.
Spullen van verkoper verdwijnen in dozen.
Spullen van koper ervoor in de plaats.
Oké, soms blijven gordijnen hangen.
Of vloertje liggen.
Misschien is het de koelkast waarover nog even wordt onderhandeld.
Maar een bank?
Zelden.
Die gaat mee.
Desnoods met verhuislift door het raam.
Hier gaat het anders. Vaak wordt een huis samen met een deel van de inboedel verkocht.
Niet omdat de Fransen massaal hun hele leven bij de voordeur zetten en zeggen: succes ermee.
Maar omdat het onderdeel kan zijn van de verkoop.
Meubels kunnen worden meegenomen in de afspraak tussen koper en verkoper.
Dus ons huis zag er bij overdracht al behoorlijk uit alsof we er morgen konden gaan wonen.
Sterker nog: dat deden we ook.
En dus was de verhuizing opvallend snel geregeld.
Dat krijg je als alles er al staat.
Hier lijken mensen te denken: dit huis werkt zo, waarom zou je alles eruit halen?
Zit wel iets in.
Het bespaart een hoop gesjouw voor hetzelfde resultaat.
En zo kregen Man en ik als nieuwe eigenaren niet alleen de sleutel,
maar ook spullen die er al stonden.
Hoefden we ook niet onmiddellijk een vrachtwagen te bestellen, een nieuwe bank uit te zoeken en zes weken op de levering te wachten.
Welnee.
Gewoon hupetee naar binnen.
Tas neer.
En gaan zitten op die designbank.
Want hè!
Dat was ie notabene.