Hier is nog niets,

zegt het scherm van mijn auto,
op een bepaalde hoek,
als ik naar huis rijd.
Altijd precies op hetzelfde punt.
Tussen bomen en rotsen en struiken.
Geen huizen.
Ik weet het precies.
Ben ik net in gesprek.
Hoor ik mezelf halverwege de zin verdwijnen.
Zo’n plek heeft hier een specifieke naam.
Zone blanche.
Nooit echt een groot gebied.
Nou ja.
Niet als je met de auto bent.
Een vlek zonder bereik.
En dat terwijl Frankrijk vol staat met 5G-masten.
Meer dan vijftigduizend.
Zelfs in Les Brousses.
Daar verscheen onlangs de eerste.
Klinkt alsof alles het altijd moet doen.
Meestal is dat ook zo.
Behalve hier.
Thuis is er glasvezel.
Dat voelt als zekerheid.
Tot het verdwijnt.
Vlak voor Kerst was er storm.
Telecom lag eruit.
Resultaat?
Een hele week geen internet.
Geen tv.
In Bessèges viel alles uit.
In de huisartsenpraktijk geen recepten beschikbaar.
Geen dossiers in te zien.
Geen afspraken te maken.
Pakketjes konden niet worden opgehaald.
Supermarkten schakelden over op cash.
Of sloten tijdelijk de deuren.
Contant geld werd onmisbaar.
Het is hier stil geweest.
Zei mijn buurvrouw.
Kerst zoals vroeger.
Zonder beeldschermen
In het begin hadden ze nog gedacht dat het maar tijdelijk was.
Maar toen duidelijk werd dat het niet snel over zou gaan,
begonnen de echte problemen.
Die meer dan een week duurde.
Altijd bereikbaar is niet de realiteit.
Hier.
Soms is er niemand.
Geen stem.
Geen melding.
Geen verwachting.
Zelfs geen wachtmuziekje van een telefoonlijn.
Ik rijd de bocht weer om.
Het scherm licht opnieuw op.
Hier is nog niets.