Kleine Franse taferelen

Elke week hetzelfde tafereel op de markt van Saint Ambroix.
Appels. Kazen. Luid roepende kippenboeren.
En de zeepkraam.
Een tafel vol blokken.
Lavendelpaars. Olijfgroen. Citroengeel. Rozenroze.
Netjes gestapeld.
In Nederland zie je dit niet.
Daar pomp je “zeep” of “oceaanbries” uit plastic.
Alsof iemand ooit de oceaan heeft uitgewrongen.
Oké, bij Lush liggen wat stukjes.
Cosmetisch.
Verder niks.
Fransen doen dat anders.
Hier zijn het Blokken.
Groot genoeg om mee te wassen.
Een blok dat lijkt op een kaasje.
Je zou er zo een plak vanaf snijden.
En achter dat blok schuilt een hele geschiedenis.
In de veertiende eeuw maakten ze namelijk in Marseille al zeep.
Eenvoudig recept: Olijfolie. Zeezout. As.
Eeuwen later bemoeide Lodewijk XIV zich ermee.
Hij bepaalde dat alleen olijfolie mocht worden gebruikt.
En alleen in grote koperen ketels.
Een koninklijk edict.
Bureaucratie met schuim.
Eeuwenlang wereldzeep.
Tot dus die pompflacon kwam.
Schuim uit plastic.
Hygiënisch, beweerde men.
De blokken verdwenen.
Bijna.
Maar ze zijn terug.
Plastic passé, nostalgie in.
Een blok laat immers geen dopje achter dat in een meeuw belandt.
Milieubewust, zonder dat iemand het doorheeft.
En dus staat die kraam er nog steeds.
Geurend tot drie kramen verder.
Soms koop ik er een.
Geschiedenis in mijn hand.
Mijn kleine klimaatbijdrage.
Al kies ik gewoon op kleur.
Hygiënischer is dat pompje trouwens ook niet.
Bacteriën verdwijnen namelijk gewoon met schuim.
Schoon is schoon.
Zonder oceaanbries.
Zonder bonusflacon.