Lekker genieten.

Ruim vier weken was ik in Nederland.
Niet voor mezelf.
Maar als mobiele reservebank voor Oudste en kleinzoon.
Rugdekking heet dat officieel.
Al voelde het op dagen dat Oudste werkte als permanent stand-by staan.
Oké, we aten ook veel toostjes.
En ik dronk rosé.
Kleinzoon moedermelk.
Prima verdeling.
Maar ik had heimwee.
Gewoon dat zeurende gevoel dat je ergens anders hoort te zijn terwijl je precies staat waar je hoort.
En ondertussen zei iedereen het.
“Lekker genieten.”
Altijd.
Over alles.
Bij de bakker.
In de miezerregen.
Zelfs bij de HEMA.
Alsof het een wachtwoord was.
Zeg het en alles klopt.
Maar ik vind lekker genieten ingewikkeld.
Ja, ik geniet van een dame blanche.
Of van een hoofdmassage.
Van een glas rosé.
Spreekt voor zich.
Maar bij kleinzoon werkt het anders.
Daar zit geen “lekker” in.
Ik kon gewoon naar ’m kijken.
Naar zo’n slapend gezichtje dat nergens last van heeft.
Of ineens weer wel.
Ik was er gewoon.
Met alles.
Ook met de draagzak.
Zo’n constructie van banden en gespen waar je stil van wordt.
Waar is de voorkant.
Waarom hangt hij scheef.
Waar zijn zijn benen gebleven.
Bij Oudste zag het eruit alsof het vanzelf ging.
Alsof het kind er gewoon in hoorde.
Je snapt het pas als je het doorhebt.
Ik had het dus niet door.
Uiteindelijk heb ik hem in de wandelwagen gelegd.
Generatie dingetje.
Wielen.
Dat snap ik.
Daar deden we het allebei goed op.
Hij en ik.
Enfin.
Na ruim drie weken terug naar Frankrijk.
Dertig graden.
Alsof iemand de zon had aangezet.
Binnen een dag weer gewend.
Dát is pas lekker genieten.
Zonder dat iemand het zegt.
Ik maaide het gras.
Mijn katten namen me zonder pardon weer op in hun schema.
En bij het Croix Rouge was het eerste wat ik deed: de mannequins omkleden.
Allemachtig, vier weken dezelfde outfit.
Dan ben je geen etalage meer, maar een soort déjà vu.
Doe ik niet aan.
Kortom, ik ben er weer.
En dat kleine mannetje,
dat zit in mijn hoofd en in mijn hart.
En deze zomer hier.