Asperges en aardbeien

Opeens zomer.
26 april,
en achtentwintig graden.
Zwembaden open, al ligt er geen Fransman of Belg in.
Water onaangeroerd.
Alleen Nederlanders doen alsof kou iets is wat je kunt trainen.
Ik ben daar inmiddels één van.
De nachten geven zich nog niet helemaal gewonnen.
Maar in de Cevennen schuift het van bloesem naar blad.
Het landschap schakelt door.
Tijm en rozemarijn worden wakker.
Asperges en aardbeien liggen naast elkaar op de markt alsof dat logisch is.
Hét overlappende moment tussen winter- en zomerteelt.
Hier wel.
In mijn vorige leven gedijde ik op plekken waar vooral mensen samenkwamen.
Veel mensen.
Daar liepen geen wijnranken uit.
Af en toe een klaproos.
De natuur was bijzaak.
Een plek om naartoe te gaan.
Niet om in te leven.
Vijf jaar geleden veranderde dat.
Man en ik namen een radicale beslissing.
En de stad liet zich makkelijker los dan gedacht.
Nu valt de zonsondergang op mijn slaapkamerraam.
Alles buiten het platteland voelt als een stap terug.
Je moet ertegen kunnen dat hier weinig gebeurt.
Nou ja.
Er gebeurt wel van alles.
Maar dan in de natuur.
Aardbei naast asperge.
Zo ligt het hier.