De zon staat hoog.
Ik zit op een terras met uitzicht.
Net terug van een concert in het kerkje van Malbosc.
Twee cello’s.
Iedere zomer organiseert Les Amis de la Pauze daar concerten.
Malbosc is een gehucht dat zich vastklampt aan een heuvel, met stenen huizen en ruige natuur.
Er woont bijna niemand, maar het leeft.
Het restaurant is klein.
De eigenaresse is een Oekraïense vrouw, sinds twee jaar hier.
Haar man in de keuken.
Hun zoon van elf, die vandaag de bestellingen opneemt.
Geconcentreerd, een beetje verlegen.
Kinderarbeid?
Misschien.
Maar vandaag móet hij wel.
Het is druk.
Ik bestel een limonade met gember.
Dan wacht ik.
Lichte Nederlandse ongeduldigheid maakt zich altijd weer van mij meester.
Die calvinistische zenuw in de onderbuik, die zelfs bij 34 graden fluistert: schiet eens op.
Maar in Frankrijk is wachten op de lunch geen ongemak.
Langzaam laat ik de ochtend los en maak ruimte voor wat komt.
Rustig, zonder haast, alsof ik nergens heen hoef.
Wat ook zo is.
Er komt een velouté, iets met bieten, boeuf Aubrac, tarte du moment…
Alles vers. Alles langzaam.
Niets gehaast.
De andere tafels zijn bezet.
Mensen praten.
Bijna niemand kijkt op zijn telefoon.
Laat staan op de klok.
Tijd is hier een vriend.
Misschien komt het door Dochters dat ik zo aan Nederland denk.
Aan de lunchpauzes van een kwartier.
Aan wandelen met collega’s, stappen tellen tot het horloge piept.
Aan de stem die ooit zei:
‘Wat heb je eigenlijk vandaag gedaan?’
Alsof genieten pas mag als alles af is.
Alsof rusten een beloning is.
Alsof vrije tijd iets is wat je moet verdienen.
In mijn Nederlandse hoofd klonk:
Wie met werken tien euro per dag kan verdienen, maar een halve dag werkt en de rest uit wandelen gaat…
Die smijt vijf euro over de balk.
Maar zo denkt de Fransman niet.
Die willen met pensioen als ze nog kunnen lopen, eten, ruiken.
Komen in opstand als ze tot hun 64e moeten doorwerken.
Die snijden het leven in dunne plakjes.
Proeven alles.
Frankrijk kent geen Calvinisme.
Hoewel Calvijn hier geboren werd, lijkt dit land ongeschikt voor zijn leer.
De geboden passen niet bij de mistral.
Fransen onderwerpen zich slecht aan soberheid.
Ze geloven in het goede leven, niet in boetedoening.
Hier draait het om genieten —wel kalm en verstandig.
Ik neem een voorbeeld aan mijn buren.
Die zoeken geen groots leven, maar gewoon geluk.
Eenvoudig genot.
Ondertussen zakt de zon een beetje.
De Oekraïense zoon van elf haalt de borden op.
Eentje per keer — nog te jong om er meer te dragen.
Misschien draagt hij al genoeg.
Malbosc
