Tom-Tom

Il pleut, on ne marche pas.
Klinkt als een grap.
Is het niet.
In Frankrijk wordt nauwelijks gelopen als het regent.
Dus dat ik vorige week toch met mijn wandelclub ging,
kwam doordat ik stoer had beweerd dat Nederlanders bij wind, regen en alles daartussendoor naar buiten gaan.
Mijn TomTom – de man die elk pad kent en elk gat in de weg – vond dat amusant.
En dus stuurde hij het bericht:
Demain on y va.
Prévoir vêtements de pluie et je ne veux pas entendre une Néerlandaise se plaindre.*
Tja.
Terugkeren was geen optie.
En dus stonden we daar: twaalf mensen in capuchons, dampend.
We leken op een natte expeditie zonder doel,
maar mét goede schoenen.
Onze wandelroutes kennen geen bakker op de hoek, geen kleine cafeetjes,
alleen paden, afslagen en hellingen.
De eerste meters wordt er nog gepraat en gelachen,
maar na de eerste klim en tweede daling valt het stil.
Het enige wat je dan nog hoort:
ademhaling.
Het ritme van schoenen.
Bijna ieder dorp heeft hier een centre culturel of maison des associations.
Daar kun je alles doen: keramiek, yoga, Engels leren,
of dus met een wandelclub op pad.
Kosten?
Twee euro per keer en vaak met subsidie van de gemeente.
Een sportabonnement kent men hier nauwelijks.
Dat hele systeem van betaalde sportscholen is meer iets voor Nederland.
Daar loop je op een band,
met spiegels, airco en beatmuziek.
Altijd droog. Altijd hetzelfde tempo. Altijd dezelfde playlist.
Maar ik ken eigenlijk niemand die daarheen gaat.
De wandelclub is eenvoudiger.
Hier loop je gewoon mee. Twee euro in de pot en gaan.
Geen apparaten. Geen muziek. Geen abonnement.
Wind en zon in je gezicht.
Overal in Europa neemt het aantal wandelaars toe.
Duizenden clubs. Miljoenen stappen.
Boekwinkels vol pelgrims en schoenen met een verhaal.
Misschien zoeken we allemaal hetzelfde:
rust met een beetje zweet.
Lopen als langzaam denken.
Want de natuur hier ligt niet achter de A12, voorbij de A2, de A4 of de A6,
waar af en toe nog een boom staat die eigenlijk in de weg staat.
Nee.
Hier is de natuur niet bang voor stilte.
Al zwijgt ze nooit helemaal.
Er fluistert altijd iets.
Een vogel. De wind.
Of je eigen voetstappen.