Woensdagochtend.
Zoals altijd stonden we eerst wat te praten voor we gingen lopen.
Over het weer.
Over knieën.
Over wie er deze week eindelijk een afspraak in het ziekenhuis had.
Toen zei ik:
“Ik heb nieuws.”
Ze keken op.
Ik had iets opmerkelijks gelezen in Midi Libre.
Meer bier dan wijn in Frankrijk.
Ik herhaalde het nog eens.
Meer bier dan wijn.
In Frankrijk.
Ik schrok er een beetje van.
Alsof de krant had gemeld dat de Tour voortaan op elektrische fietsen wordt gereden.
Mijn wandelvrienden lachten.
Natuurlijk lachten ze.
Maar niemand zei:
“Onmogelijk.”
Dat viel me op.
Volgens een van hen was het vrij simpel.
“C’est le prix.”
Voor 89 cent koop je een biertje.
Voor wijn moet je al beginnen rekenen.
Vier euro.
Vijf euro soms.
En dan proef je vooral de teleurstelling.
Zei Vincent, beter bekend als Tom-Tom.
Onze routeplanner.
We liepen verder.
Langs wijngaarden.
Kilometers druivenstruiken.
Rijen vol.
Alsof er niets aan de hand was.
Aan de rivier zat een man in een trainingsbroek.
Een blik bier naast zich.
Een stokbrood onder zijn arm.
Achter hem lag de wijngaard.
Bordeaux.
Bourgogne.
Champagne.
De heilige drie-eenheid.
Maar voor hem stond een koelbox.
En de man nam een slok bier.
De revolutie is compleet.
De revolutie
