De eerste werd geplant drie jaar geleden.
Cadeau voor de medebewoner.
Op de grens van zijn terrein en de weg.
Hij kreeg gezelschap, want in de jaren erna kwamen er drie bij.
Ze groeiden.
Ze bloeiden.
Tot ze vorig jaar collectief het loodje leken te leggen.
Te veel water?
Te weinig?
Stenige grond?
Gewoon pech?
Ik wist niks van tuinieren.
Nou ja, ik kende het woord ‘onkruid’.
Maar een oleander?
In mijn hoofd bloeien die vanzelf.
Zonder gedoe.
Maar goed.
Nu hebben Man en ik grond.
Dus ik nam mijn verantwoordelijkheid.
Nou ja, ik stond erbij toen de buurvrouw met een snoeischaar arriveerde.
“Alles moet eraf,” zei ze.
Radicaal snoeien zou ze redden.
Ik keek toe.
Met lichte paniek.
Want wat zijn oleanders eigenlijk?
Er gebeurde niks.
Geen tak.
Geen teken.
In maart: iets.
Nog niet dood.
Maar ook niet levend.
Tijdens een apéro met de overbuurman kwam de verlossing.
“Heb je ze gesnoeid in de bloeiperiode?!” riep hij.
Dat is een doodzonde.
Je mag alleen verwelkte bloemen weghalen.
En zieke takken.
En ze hadden luis.
Oleanderluis.
Er zat nog maar één ding op.
Excuses maken.
En dan drie keer per dag sprayen.
En voeden.
Alsof ze op de IC lagen.
In mei: drie sprietjes.
Half juli : stevige bladeren.
En héél voorzichtig — een bloem.
Ja tuinieren leer je niet in één seizoen.
En een wilde tuin in de Cevennen is geen vakantie.
Huis in Frankrijk klinkt dan wel als ligstoel en wijn.
Maar ik hark.
Ik wied.
Ik sproei.
Ok soms zit ik.
Met een rosé.
Heel even.
Tot mijn oog valt op een acacia.
Of op bramenstruiken.
Die zich elke week opnieuw uitvinden.
En dwars door alles heen groeien.
Ze hebben stekels.
Ze hebben haast.
En ze luisteren nergens naar.
Takkenwerk.
Letterlijk.
Maar ook een beetje figuurlijk.
Mijn tuindersgevoel is ontwaakt.
Door vier oleanders.
Ik heb geleerd, als je niks doet, neemt de natuur het over.
Met chaos.
Met straf.
Maar als je een beetje helpt —
helpt het terug.
De oleanders leven weer.
Hun bladeren zijn sterk.
En heel voorzichtig.
Een bloem.
Ik wied inmiddels alleen onkruid
dat het op anderen heeft voorzien.
Zoals het hoort.
In een gemeenschap.
Takkenwerk
