• Zen met Chloor.

    Zen met Chloor.

    In de ochtend is het nog stil.
    En net koel genoeg voor iets kleins.
    Een was ophangen.
    Even naar beneden lopen om te zien of de zwijnen zijn geweest.
    Sporen in de aarde.
    Soms een kuil waar ooit munt stond.
    Die munt is inmiddels allang verdampt.
    Net als mijn energie.
    Om half zeven glijd ik het water in.
    Een eigen ritueel.
    Het moment waarop de katten nog een beetje actief zijn
    en zich in slow motion over het terras bewegen.
    Alsof ook zij weten: dit is heilig.
    Zen met chloor.
    Adem in, adem uit.
    Langzaam.
    Gras maaien doe ik nauwelijks meer.
    Het is dor.
    Droger dan droog.
    Misschien nog één keer, in juli.
    Voor de vorm.
    Voor het idee dat ik de controle nog heb.
    Maar eigenlijk ligt het gras al twee weken in coma.
    Na tienen gaat het huis op slot.
    Ramen, gordijnen en luiken dicht.
    Want wie denkt dat oude huizen koel blijven,
    gelooft waarschijnlijk ook dat alle Franse mannen charmant zijn.
    Een illusie.
    Een romantisch verhaal.
    In werkelijkheid warmen de muren op en houden die warmte vast.
    De vloerverwarming staat allang uit,
    maar de stenen geven licht en hitte
    alsof ze pas net zijn aangekomen uit de Sahara.
    Binnen is het donker.
    En stil.
    Tussen elf en vijf gebeurt er niets groots.
    Ik werk administratie weg, plak foto’s in, ruim kasten op.
    Winterklusjes, alleen dan zonder sokken.
    Rond zessen daal ik weer af.
    De was is droog.
    Zó droog dat het knispert.
    Ik trek het van de lijn alsof ik papier verzamel.
    En daar, bij de waslijn, voel ik het ineens.
    De hitte.
    Onverbiddelijk.
    Alsof het middag is.
    Alsof de zon nog even wil laten zien wie er de baas is.
    Al staat ze laag — smeren moet.
    Wel altijd ná het zwemmen trouwens (een weetje).
    Nooit ervoor.
    Anders blijft die zonnecrème als een vette waas plakken aan de zwembadrand.
    Krijg je Frankrijk zonder filter, zeg maar.
    Pas tegen negenen klimmen we naar boven.
    Naar het dakterras.
    De zon zakt achter de heuvels,
    alsof hij er zelf ook tabak van heeft.
    De stenen zijn nog warm.
    De lucht beweegt weer.
    We eten laat.
    Ik schenk een glas rosé in.
    Gekoeld.
    Zoals het hoort.
    Zoals het moet.
    Zomer in juni 2025.

  • Avontuur stopt nooit

    Avontuur stopt nooit

    Vier jaar leef ik hier nu.
    In die oude Mas, in de Cévennen.
    Permanent.
    En ja, dat gaat best goed.
    In de zomer delen Man en ik de zon, de stilte en het zwembad.
    met landgenoten.
    Want zodra Nederland massaal in de auto stapt – met dakkoffer en koelbox – hebben wij buren.
    Afgelopen jaren schreef ik over alles wat ik hier meemaak.
    Over het plattelandsleven.
    De bakker.
    De zwembadmeester.
    Het overschot aan zon.
    Over Man.
    Toen stopte ik.
    Even genoeg gezegd.
    De blogs gingen de bundel in.
    De website op zwart.
    En ik zocht naar een nieuwe manier van schrijven.
    Want avontuur stopt nooit.
    Vorige week nog.
    Man verloor z’n kroon.
    Nee, niet die van Oranje.
    Maar eentje met wortel en zenuw.
    Hij kauwt namelijk nogal eens op kauwgom.
    Moet je nooit doen met een kroon, hé.
    Tja, en wat dan te doen?
    Een dokter vinden is hier al lastig.
    Een tandarts nog moeilijker.
    Helemaal zonder kiespijn,
    of alleen een loszittende kroon.
    Dus ik deed wat ik altijd doe:
    Bellen.
    Appen.
    Vragen.
    Hulp inschakelen.
    Zoals dochters zeggen:
    “Mam kent geen verlegenheid.”
    En dat klopt.
    Kan ik iedereen aanraden trouwens
    Dus wat ik zei bij de koffie van Croix?
    Aide-moi…
    Want tja, het kan toch niet zo zijn dat Man hiervoor naar Nederland moet.
    Zijn wachtkamer zit daar al vreselijk vol.
    Sinds twee maanden zijn er hier namelijk nóg minder dokters in Bessèges.
    Mijn collega kroop direct achter haar bureau.
    Ze wist wat haar te doen stond.
    Ze belde het gemeentehuis.
    De burgemeester.
    Die kent ze gewoon.
    Niet alleen van gezicht,
    ook van verjaardagen.
    Lang verhaal kort:
    Ze kreeg de tandarts zélf aan de lijn.
    Et voilà:
    Kwart voor twaalf een plek in de agenda.
    De tandarts bleek de dochter van een patiënt van Man.
    “Oh,” zei ze, “u bent de huisarts van mijn moeder?”
    Man knikte.
    Ze keek nog eens goed,
    legde haar instrumenten neer
    en zei:
    “Ik ga u helpen.”
    En nee,
    betalen hoefde niet.
    Moraal van het verhaal?
    Durf te vragen.
    Aardige mensen zijn overal.