zegt het scherm van mijn auto,
op een bepaalde hoek,
als ik naar huis rijd.
Altijd precies op hetzelfde punt.
Tussen bomen en rotsen en struiken.
Geen huizen.
Ik weet het precies.
Ben ik net in gesprek.
Hoor ik mezelf halverwege de zin verdwijnen.
Zo’n plek heeft hier een specifieke naam.
Zone blanche.
Nooit echt een groot gebied.
Nou ja.
Niet als je met de auto bent.
Een vlek zonder bereik.
En dat terwijl Frankrijk vol staat met 5G-masten.
Meer dan vijftigduizend.
Zelfs in Les Brousses.
Daar verscheen onlangs de eerste.
Klinkt alsof alles het altijd moet doen.
Meestal is dat ook zo.
Behalve hier.
Thuis is er glasvezel.
Dat voelt als zekerheid.
Tot het verdwijnt.
Vlak voor Kerst was er storm.
Telecom lag eruit.
Resultaat?
Een hele week geen internet.
Geen tv.
In Bessèges viel alles uit.
In de huisartsenpraktijk geen recepten beschikbaar.
Geen dossiers in te zien.
Geen afspraken te maken.
Pakketjes konden niet worden opgehaald.
Supermarkten schakelden over op cash.
Of sloten tijdelijk de deuren.
Contant geld werd onmisbaar.
Het is hier stil geweest.
Zei mijn buurvrouw.
Kerst zoals vroeger.
Zonder beeldschermen
In het begin hadden ze nog gedacht dat het maar tijdelijk was.
Maar toen duidelijk werd dat het niet snel over zou gaan,
begonnen de echte problemen.
Die meer dan een week duurde.
Altijd bereikbaar is niet de realiteit.
Hier.
Soms is er niemand.
Geen stem.
Geen melding.
Geen verwachting.
Zelfs geen wachtmuziekje van een telefoonlijn.
Ik rijd de bocht weer om.
Het scherm licht opnieuw op.
Hier is nog niets.
Categorie: Blog
-

Hier is nog niets,
-

Armoede met korting
Het jaar is voorbij.
Tijd voor een frisse start.
Nederland duikt de vrieskou in.
En ik lees kranten vol waarschuwingen voor gladheid en vorst.
In de Cévennen voelt min vijf als een doorsnee winternacht.
Maar ja, overdag schijnt de zon.
De lucht is strakblauw, bijna brutaal helder.
Januari voelt hier niet echt als een maand.
Maar meer als een startschot.
Want van 7 januari tot 3 februari is het winteruitverkoop in Frankrijk.
Soldes d’hiver.
De overheid bepaalt de data.
Niet eerder.
Niet later.
Officieel wordt dat trouwens bescherming genoemd.
Maar het voelt als een dictaat.
Fransen wachten echter gewoon af.
Geduldig.
Bijna plechtig.
Tot het sein op groen gaat.
Dan barst het los.
Niet chaotisch.
Meer een ballet van mandjes, jassen en handen.
Parijs verandert in een groot koopjesparadijs.
Kortingen lopen op naarmate de weken verstrijken.
Zelfs Croix-Rouge doet mee.
Een jas voor slechts drie euro.
Leer voor vijf.
Soms twee voor de prijs van één.
Armoede met korting.
Belachelijk.
En onweerstaanbaar.
Want iedereen lijkt iets te pakken dat hij eigenlijk niet nodig heeft.
Het mooie hier is wel: geen oude rommel uit het magazijn.
Alles hing kort daarvoor nog in de winkel.
Nee, soldes is serieus.
In Nederland kan daarentegen korting altijd.
HEMA plakt gewoon stickers wanneer het uitkomt.
Altijd een percentage.
Altijd ergens een aanbieding.
Het verschil is duidelijk.
Hier twee keer per jaar chaos en discipline tegelijk.
Daar altijd een beetje rommel en goedkoop gedoe.
Iedereen kan kopen.
Altijd.
Maar hier is het ritueel.
En he, ik ben natuurlijk zelf ook niet roomser dan de paus.
Eind januari ga ik wel weer naar Parijs.
Met de trein vanaf Nîmes.
En Jongste komt dan weer vanuit Amsterdam.
Om te kijken wie zich niet beheerst.
Om te zien of ik de discipline nog kan volgen.
En uiteraard om mezelf te betrappen op iets dat ik totaal niet nodig heb, maar toch meeneem. -

De Koning
Ik schrijf weer.
Na ruim drie weken niets.
Vijf december was immers de laatste keer.
Dat merk je niet aan de wereld.
Maar wel aan mij.
Want het einde van het jaar heeft altijd iets dubbels.
Een soort halte tussen wat was en wat komt.
Alsof de tijd zijn jas nog even over de stoel hangt.
Dit jaar al helemaal.
Er werd namelijk een kindeke geboren op aard.
Mijn kleinzoon. Ons leeuwtje.
Oudste werd moeder.
En ik ontdekte toen dat er diep in mij nog een noodvoorraad adrenaline lag.
Ongebruikt maar houdbaar.
Kijk, ik was nooit echt een moeder die met thee en koekjes zat te wachten.
Maar bij oorlog hè, dan kun je me inzetten.
Drie weken draaide ik op scherp.
Het oerinstinct kent namelijk geen pensioenleeftijd.
De koning zei daar iets over met Kerst.
Over beschermen.
Over die wereld die we willen achterlaten voor onze kinderen.
Over ruimte om te ontdekken.
Over dat fouten maken bij groeien hoort, en dat het niet onze taak is om alles weg te nemen, maar om iets te laten bestaan.
Zelfs voor dingen die nog niet bestaan.
Sinds vijf jaar was ik trouwens met Kerst weer in Nederland.
Het land was hetzelfde.
En ook weer niet.
Ik keek.
Ik vergeleek.
Ik zag mensen van wie ik dacht dat ze oud waren geworden.
Dat dachten zij uiteraard ook van mij.
Nederland was groots.
Vol.
Comfortabel.
Een huis in de stad waar alles te koop is.
Waar kerst geen stilte kent, maar Disneyfiguren.
Waar je tegenwoordig een gluten- en lactosevrije oliebol eet.
En waar luxe binnen drie dagen weer gewoon is.
Nu ben ik sinds vier dagen weer terug.
In Frankrijk.
In de Cevennen is het ochtend.
De zon schuift langzaam over de heuvels.
Mist hangt nog laag in de dalen.
Het hout ruikt nat en naar aarde.
Mijn hoofd hoeft niets meer te bewaken.
Mijn lichaam staat weer uit.
Ik haal hout.
Ik zet koffie, maak kippensoep.
Drie weken Nederland zitten nog in mijn spieren.
Hier is stilte de luxe.
Hier is vrijheid geen idee maar een handeling.
Een nieuw jaar dient zich aan.
De lucht is koud maar helder.
2025 loopt ten einde.
Met alles wat was, en alles wat nog komt.
Vanuit Frankrijk leef ik mee en verder.
Want opvoeden is ook loslaten.
Zei de koning. -

Histoire
Onderweg had ik het al gezien.
Grote strikken in de bomen.
Veel lichtjes.
En in de hal van Croix Rouge stond alles klaar.
Dozen vol gedoneerde kerstballen.
Glitters. Slingers. Dertig Pere Noel.
Alles om licht binnen te halen.
Zelfs la crèche de Noël, in een hoekje, weliswaar.
Officieel mag dit namelijk niet.
Il est né le petit enfant, klinkt het.
Terwijl heel Frankrijk vergadert over kerststallen in gemeentehuizen.
Kerst vind je niet daar maar ergens anders.
Onverwacht.
Zoals, vierendertig jaar geleden,op Schiphol.
Achtendertig weken zwanger.
Dik van geluk en ongemak.
Man en ik dachten laat, maar niet te laat.
Toch maar liever Nederland dan Mukumu.
Deuren van de gate gingen open.
Overspoeld werd ik.
Muziek. Licht. Slingers. Tienduizenden kerstballen.
Verdwalen en thuiskomen tegelijk.
Zoiets was het.
Zoiets is het nog steeds.
Als je emigreert.
Toen werd het Groningen.
Een vrouw moet toch ergens bevallen.
In mijn geval: de geboortestad van mijn ouders.
En nu herhaalt die geschiedenis zich.
Want juist dát kind, geboren in Groningen, werd de wereldreiziger.
Ze plande haar zoon in het Caribisch blauw te baren.
Maar soms is de wereld groot, en kies je toch voor Almelo.
L’histoire se répète.
Levens gaan.
Generaties draaien.
Patronen keren terug.
Blijkbaar.
Zwervend, maar geworteld.
Zijn wij.
Is zij.
Nog even wachten.
Dan rijden Man en ik naar Nederland.
Langs benzinepompen vol plastic kerstbomen.
Lauw koffie uit de automaat.
De radio staat te hard: Driving Home for Christmas.
Het vertraagde ritme van de Route du Soleil in december.
En dan komen alle oude verhalen tot leven: kerstlichtjes en een kind dat geboren wordt.
Il est né le petit enfant.NB 1: Op 4 december is in Almelo Leo Luke Hassell Kral geboren. NB 2: dit is de laatste blog van 2025, volgend jaar ben ik er weer.
-

Expeditie
Ok, het plan leek simpel.
En zoals wij zijn: vooral optimistisch.
Nou ja, ik dan.
Want het voelde als een uitstekende wandelzondag.
De zon stond laag en helder.
We hadden goede schoenen.
Dikke truien. Muts op de kop. En twee iPhones.
Tuurlijk, we hadden meer vertrouwen dan routekennis,
maar hé dat is traditie.
Chat had een route beloofd die klonk als een wandeling voor beginners.
Een lus van twee uur en driekwart, acht kilometer.
Een kwestie van lopen, kijken, koekje eten.
Startpunt: parking bij de mairie van Bordezac.
Daarna omhoog via Bordezac Croix.
Volg de gele balisering, stond er.
En het duurde best even voordat de Cévennen hun tanden lieten zien.
Het pad werd langzaam rotsachtiger.
Smaller.
Stugger.
En steeds moeilijker te volgen door de vele gevallen bladeren.
Het bleek slechts de inleiding.
Want klimmetjes doken daarna op als cliffhangers.
Tussen de dennen verschenen verse bloedsporen van zwijnen.
Het winterblauw sneed door de lucht.
Maar in de verte zagen we de besneeuwde Alpen.
Dit uitzicht tilde alles naar de categorie episch.
Maarrrrr beseften we toen.
Deze wandeling is lang.
Dit is geen rondje.
Dit is een expeditie.
De stappen die we eerst met bravoure zetten,
veranderden in stappen met geluid.
Tijdens de afdaling bedacht Man dat liften ook een sport kan zijn.
Omdat het pad via Col de Peras naar beneden volgen,
in de plaats van de weg, geen optie meer leek.
Maar de autoweg bleef leeg en stil.
Tja, je bent in de Cévennen.
Gelukkig kwam onze reddende borrelafspraak op tijd de hoek om.
Nog voor het licht achter de heuvels zou verdwijnen.
En wij door de avond werden opgeslokt.
Thuis strompelden Man en ik de trap op.
Maandag keken we nog maar eens op een papieren wandelkaart.
Ja ja, tuurlijk moet je dat vóór zo’n wandeling doen.
Niet erna, met spierpijn en zelfkennis.
En toen zagen we het pas goed.
Ons avontuur bleek de 1e etappe van GRP Haute Vallée de la Cèze te zijn.
Deze etappe is 17,7 km lang, met +916 m klimmen en -507 m afdalen,
en duurt ongeveer 6 uur.
Chat vertrouwen lijkt makkelijk.
Maar een ouderwetse kaart controleren is echt beter.
Papier liegt niet.
Nou ja, tenzij het nat wordt.
-

Shein
Soms vind ik een schat.
Een vintage juweeltje.
Niks wat je op afstand ziet glanzen.
Maar als je het oppakt, hé dan klopt het.
Stevige naden.
Parelmoer knopen.
Een stof die oud is op de goede manier.
Er is ooit iemand geweest die hier liefde en tijd in heeft gestoken.
Kleding met ziel.
Ik loop er graag tegenaan, in stukken die iets hebben meegemaakt.
Omdat ik liever draag wat al een leven heeft gehad.
En precies dát botst op iets zonder enige ziel.
Shein. Dus.
De Chinese online winkel met bodemprijzen.
En juist zij willen nu fysieke winkels.
Om te beginnen in Parijs.
Vorige week speelde het overal.
Kranten, sociale media, en bij Croix.
Frankrijk is tegen.
De Senaat nam deze zomer al een wet aan tegen ultrafast fashion.
Soms pakken mijn collega’s en ik een Shein-shirtje op bij binnenkomst.
Voelen de stof.
Zien het merk.
Leggen het terug.
Het hangt niet in de winkel.
Nooit.
Want het lijkt nergens op.
En het staat haaks op alles wat telt.
Goedkope kleding kopen mensen wel.
Maar op de markt.
Of bij Croix.
Van oude vrouwen en mannen wiens huis is leeggehaald.
Er zit nog wel eens een naam in geborduurd.
Van iemand uit een verpleeghuis.
Soms wordt de naam weggehaald, soms blijft hij zitten.
Wordt het kledingstuk gewoon gedragen.
Omdat het stijl heeft.
Shein opende vorige week zijn eerste winkel in Parijs.
BHV Marais.
Drukte, kritiek, demonstraties.
Politiek, milieu, mode.
Iedereen heeft iets tegen.
De overheid dreigt de site offline te halen.
Sekspoppen met kinderlijk uiterlijk.
Veertig miljoen boete.
Shein past hier niet.
Haaks op alles wat Frankrijk heeft met kleding.
Terecht verzet.
Het zwarte vintage blousje met de parelmoer knopen liet zien dat alles wat telt, niet met één klik te koop is.
Ik verkocht het vanochtend.
Voor twee euro.
Kijk, dat is dan weer Croix. -

Mémé
Om vijf uur weg uit Les Brousses.
Om zeven in Almelo.
Direct naar de Albert Heijn.
Een kant-en-klaar maaltijd, dacht ik.
Maar de gevulde speculaas keek me aan.
De borstplaat ook.
In een gangpad vraag ik naar chocoladeletters.
Een AH-meisje kijkt alsof ik Frans spreek.
Blijkbaar is Sinterklaas iets van vroeger.
Kerst wint.
Zaterdag naar Dochters.
Amsterdam licht op als een etalage.
Lampjes, slingers, sterren, alles flikkert.
De Magere Brug glanst als nieuw geld.
De lucht koud, het water zwart.
Ons gezin samen op een brug versierd met lichtjes.
De stad bruist, en wij kijken toe.
Jongste voorop, met richtinggevoel.
Hip, druk, duur parkeren.
De trein was geen optie.
Want Oudste is zwanger.
En een zwangere verdient comfort.
Daarna wacht Almelo.
The place to be voor Oudste, komende tijd.
Omdat alles daar soepel verloopt wanneer het er echt op aankomt.
Iets dat in haar werelddeel minder gebruikelijk is.
De volgende dag stap ik om acht uur op de fiets.
Naar de tandarts.
Een must in Nederland.
In Frankrijk een ramp.
Daar wordt pas geleden om tanden en kiezen.
Op mijn opoe-fiets trouwens.
Zonder versnelling.
Zonder motor.
Gewoon trappen.
Ik lijk de enige.
Helmen, lichtjes, haast, alles raast voorbij.
Ik voel me net een museumstuk.
Een Mémé op een opoe-fiets.
Tussen al dat nieuwe leven om me heen.
Ik trap door.
Niet snel, maar wel zeker.
Er waait iets nieuws.
En ik fiets het tegemoet.Mémé = oma
-

Tom-Tom
Il pleut, on ne marche pas.
Klinkt als een grap.
Is het niet.
In Frankrijk wordt nauwelijks gelopen als het regent.
Dus dat ik vorige week toch met mijn wandelclub ging,
kwam doordat ik stoer had beweerd dat Nederlanders bij wind, regen en alles daartussendoor naar buiten gaan.
Mijn TomTom – de man die elk pad kent en elk gat in de weg – vond dat amusant.
En dus stuurde hij het bericht:
Demain on y va.
Prévoir vêtements de pluie et je ne veux pas entendre une Néerlandaise se plaindre.*
Tja.
Terugkeren was geen optie.
En dus stonden we daar: twaalf mensen in capuchons, dampend.
We leken op een natte expeditie zonder doel,
maar mét goede schoenen.
Onze wandelroutes kennen geen bakker op de hoek, geen kleine cafeetjes,
alleen paden, afslagen en hellingen.
De eerste meters wordt er nog gepraat en gelachen,
maar na de eerste klim en tweede daling valt het stil.
Het enige wat je dan nog hoort:
ademhaling.
Het ritme van schoenen.
Bijna ieder dorp heeft hier een centre culturel of maison des associations.
Daar kun je alles doen: keramiek, yoga, Engels leren,
of dus met een wandelclub op pad.
Kosten?
Twee euro per keer en vaak met subsidie van de gemeente.
Een sportabonnement kent men hier nauwelijks.
Dat hele systeem van betaalde sportscholen is meer iets voor Nederland.
Daar loop je op een band,
met spiegels, airco en beatmuziek.
Altijd droog. Altijd hetzelfde tempo. Altijd dezelfde playlist.
Maar ik ken eigenlijk niemand die daarheen gaat.
De wandelclub is eenvoudiger.
Hier loop je gewoon mee. Twee euro in de pot en gaan.
Geen apparaten. Geen muziek. Geen abonnement.
Wind en zon in je gezicht.
Overal in Europa neemt het aantal wandelaars toe.
Duizenden clubs. Miljoenen stappen.
Boekwinkels vol pelgrims en schoenen met een verhaal.
Misschien zoeken we allemaal hetzelfde:
rust met een beetje zweet.
Lopen als langzaam denken.
Want de natuur hier ligt niet achter de A12, voorbij de A2, de A4 of de A6,
waar af en toe nog een boom staat die eigenlijk in de weg staat.
Nee.
Hier is de natuur niet bang voor stilte.
Al zwijgt ze nooit helemaal.
Er fluistert altijd iets.
Een vogel. De wind.
Of je eigen voetstappen. -

Tong,lever,nieren
Als je van orgaanvlees houdt, kun je in Frankrijk je hart ophalen.
Voor de minder avontuurlijke eters: deze blog wordt even slikken.
Letterlijk.
Want hier verdwijnt geen lichaamsdeel.
Van kop tot staart: alles ligt bij de slager.
Tong.
Lever.
Nieren.
Poten.
Hersenen.
Darmen.
Nu is dit mij allemaal niet vreemd, want ik groeide op met niertjes.
Mijn moeder maakte ze, of lever met uitjes.
En tong — het verborgen juweel van de koe, noemde ze dat.
Ik groeide op in een tijd van slogans als:
‘Melk is goed voor elk.’
‘Een ei hoort erbij.’
Vlees eten was normaal.
Niemand, echt niemand, vroeg zich af hoe de koe heette.
Maar dat is veranderd.
De slager van nu verkoopt alleen nog spier.
De rest verdween samen met de zondagse bloemetjesschorten.
Maar hier dus niet.
Frankrijk houdt van z’n beesten — dood of levend.
Ze eren het dier door alles te gebruiken.
Vlees eten is hier geen taboe.
Spiervlees kost rond de zestien euro per kilo.
In Nederland?
Eenentwintig.
Maar hier gaat het niet om de prijs.
Het gaat om alles wat de koe geeft.
De kop-tot-staarttraditie leeft hier nog.
Niet alleen spier.
Het hele dier wordt geëerd.
Kijk naar de worsten bij de slager in de supermarkt.
Bak na bak in alle kleuren.
Vers.
Niks geen voorverpakte merken van Jumbo of Plus.
Maar wat er precies in zit?
Daar heb ik ook geen idee van.
Ze liggen daar onbedekt, met prachtige namen:
Chipolata, Saucisse de Toulouse, Saucisse de Morteau, Boudin blanc, Boudin noir.
Frankrijk heeft, net als Nederland, een Partij voor de Dieren.
Maar impact?
Nul komma nul.
Op het platteland zie je geen sociale transformatie zoals in Nederland.
Dieren zijn hier iets anders.
Ze heten vee.
Varkens.
Koeien.
Kippen.
Geen huisdieren.
Niet beschermd tegen uitbuiting.
Wie hier woont,
leert respect voor de hele keten.
Voor het gemak waarmee alles wordt gegeten.
Voor de chaos in een bak worsten.
Voor de geur, de kleuren, de namen waar je geen touw aan vast kunt knopen.
Hier lijkt vlees eten volkomen normaal.
Taboe? Non. Hooguit een traditie. -

Babakoul.
Ik hoorde het woord voor het eerst op de markt.
Babakoul.
Zo werd het uitgesproken.
Béétje minachtend leek het.
Ik dacht eerst nog dat het iets gezelligs was.
Een soort bijnaam voor rijke hippies in linnen broeken met lavendelzeep.
Maar nee, dat was het niet.
Babakoul bleek allesbehalve een geuzennaam.
Het was afgeleid van baby cool, of be cool.
In Frankrijk, in de jaren ’60–’70, verbasterd tot baba cool.
Term voor hippies, alternatieven, naturisten, drop-outs.
Voor mensen met lang haar, sandalen, geitenwollensokken.
Patchouli hing in de lucht.
Brood bakkend in communes.
Ja, Frankrijk kent zijn eigen hippiegeschiedenis.
Vanaf de jaren ’70 trokken jongeren uit Parijs, Lyon en Marseille naar de Ardèche en de Cévennes.
Retour à la terre.
Voor een habbekrats kochten ze verlaten boerderijen of kraakten huizen.
Sommigen werden bio-boeren avant la lettre.
Anderen raakten afgedreven naar alcohol, dakloosheid of drugs.
Die cultuur leeft vandaag nog wel, maar is verweerd.
Er bestaan nog wel communes.
Gepensioneerde hippies, nog steeds rebels, maar nu met zonnepanelen.
Naast hen is er een nieuwe generatie.
Neo-babas, zeg maar.
Of, zoals ze nu heten, zonards.
Mensen die niets doen.
Geen idealistische hippies.
Maar buitenstaanders.
Mensen zonder baan.
Afhankelijk van RSA (€607 p/m).
Niet langer bewonderd.
Getolereerd.
Meewarig bekeken.
Ze hangen bij de supermarkt, bedelend om wat kleingeld voor een blik bier.
Vaak met een hond aan hun zijde.
Niet uit liefde voor het dier.
Maar uit voorzorg.
Wie een hond heeft, wordt minder snel opgepakt.
Want ja, waar moet die hond heen.
Babakouls slapen soms in tenten, soms in halflege huizen.
In de zomer nog wel te doen.
In de winter niet.
Dus dan komen ze het Rode Kruis binnen gelopen.
De babakouls van 2025.
Dat één woord zo kan verschuiven.
Van droom naar diagnose.
Van bloemen in het haar tot een blik bier in het gras.
Vrij zijn.
Niet meedoen.
Niet langer romantisch.
Maar gewoon koud.